Ieder kind heeft recht op een goede relatie tussen school en ouders!

oudersindeschool

In veel landen wordt de laatste tijd gesproken over de rol van ouders in het onderwijs. Ouders die lastig kunnen zijn, ouders die niet op school te krijgen zijn en ouders die het lastig vinden om met school te communiceren. Het is daarom goed beter naar het fenomeen ouderbetrokkenheid te kijken. Wat is ouderbetrokkenheid en waarom is dat zo belangrijk?

Verschillende begrippen

Het is goed om een aantal begrippen te onderscheiden: ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie en ouderverantwoordelijkheid.

Ouderparticipatie

We spreken van ouderparticipatie wanneer ouders meedoen met activiteiten, hand- en spandiensten verrichten. In Nederland kennen we in het basisonderwijs bijvoorbeeld de zogenaamde ‘luizenmoeders’, moeders die kinderen controleren op hoofdluis, ‘leesmoeders’ en ‘computermoeders’ die leerlingen ondersteunen bij het lezen of het werken met de computer. Ouders zijn dus op school aanwezig.

Ouderbetrokkenheid

Er is sprake van ouderbetrokkenheid als uit het gedrag van ouders blijkt dat zij zich gedeeld verantwoordelijk voelen voor de schoolontwikkeling van hun kinderen. Dat houdt in dat de ouders (emotioneel) betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind, bij zijn school en zijn leraar. De ouders tonen belangstelling, scheppen voorwaarden voor het huiswerk maken en begeleiden hun kind daarbij zo nodig. Maar ook bezoeken zij bijeenkomsten voor ouders en tonen zij respect voor de leraar. Kortom: ouderbetrokkenheid gebeurt vooral thuis en is zowel van belang in het voortgezet onderwijs als in het primair onderwijs.

Veel scholen voor voortgezet onderwijs communiceren minder met ouders naarmate de leerlingen ouder worden. Men is soms geneigd ouders meer buiten de deur te houden.

Ouderverantwoordelijkheid

De leerling is nu toch groot genoeg? We lossen het zelf wel met hem op, daar hebben we geen ouders voor nodig.

Maar ook hier worden twee termen door elkaar gehaald: (emotionele) ouderbetrokkenheid en ouderverantwoordelijkheid. Ouderverantwoordelijkheid neemt af naarmate het kind ouder, volwassener wordt. Ouderbetrokkenheid blijft echter altijd bestaan, ongeacht de leeftijd van ouders en kinderen.

Als we spreken over een goede relatie tussen school en ouders in het belang van het kind, dan gaat het vooral om ouderbetrokkenheid.

Wetenschappelijk onderzoek

Er is maar één reden om fors te investeren in ouderbetrokkenheid, namelijk omdat de leerling er beter van wordt. Dat is aangetoond door wetenschappelijk onderzoek. Hieronder staan de conclusies van tal van wetenschappelijke onderzoeken op een rij.

  1. Uit meerdere Britse en Amerikaanse onderzoeken blijkt dat ouderbetrokkenheid een significant positief effect heeft op het functioneren van leerlingen binnen school, op hun cognitief functioneren, hun schoolprestaties en hun werkhouding. Dit geldt voor leerlingen van alle leeftijden, ongeacht de economische en etnische achtergrond van het gezin en het opleidingsniveau van de ouders (Smit e.a., 2006).
  2. Er bestaat een relatie tussen leerprestaties en de invloed van ouders. Desforges & Abouchaar (2003) maken inzichtelijk hoe groot de invloed van school en ouders is op verschillende leeftijden. Het schoolsucces van een zevenjarig kind wordt voor 29 procent bepaald door zijn ouders en voor 5 procent door de school. Naarmate het kind ouder wordt, verschuift deze verhouding. Bij een elfjarig kind is de invloed van de ouders 27 procent en de invloed van school 21 procent. Bij een zestienjarige leerling wordt het prestatiesucces nog voor 14 procent bepaald door de ouders en voor 51 procent door de school. Conclusie: ook al wordt de invloed van ouders minder naarmate een kind ouder wordt, zij hebben in het voortgezet onderwijs nog steeds een aanzienlijke rol.
  3. Robert Marzano, een Amerikaanse onderwijswetenschapper, voerde een meta-analyse uit op onderwijsonderzoek van de laatste 35 jaar. Hij concludeert dat de thuissituatie, en dus ook de rol van ouders, één van de belangrijke succesfactoren is in de leerprestaties van kinderen (Marzano, 2003).
  4. Ouderbetrokkenheid heeft een positief effect op het sociaal functioneren van leerlingen, stellen onder meer Smit e.a. (2006) en Henderson & Mapp (2002) op basis van onderzoek vast.
  5. Meer ouderbetrokkenheid heeft een positieve invloed op het schoolklimaat. Ook zorgt het voor meer openheid: de school gaat zich meer richten op haar omgeving (Smit e.a., 2006).
  6. Verwachtingen spelen in het onderwijs een grote rol. Vaak hebben leraren verkeerde verwachtingen van de ondersteuning van ouders; ze overschatten de ondersteuning van ouders uit hogere sociale milieus en onderschatten de ondersteuning van allochtone ouders. Deze verwachtingen die ze van ouders hebben, beïnvloeden óók hun verwachtingen van de prestaties van leerlingen. Docenten die meer verwachten van de ondersteuning van ouders, hebben doorgaans ook hogere verwachtingen van de leerprestaties van het kind van deze ouders. Het omgekeerde geldt overigens ook: hoe meer zij van de leerlingprestaties verwachten, des te positiever is hun indruk van ouderlijke betrokkenheid (Smit e.a., 2006).
    Smit e.a. trekken daarnaast de opmerkelijke conclusie dat docenten positiever oordelen over de betrokkenheid van ouders die trouw de ouderavonden bezoeken dan van ouders die zich daar zelden of nooit laten zien. Of ouders ook op andere momenten met de docent in gesprek zijn, blijkt van minder betekenis.

Wat zeggen leerlingen?

Het is interessant om niet alleen naar opvattingen van onderwijskundigen en naar wetenschappelijk onderzoek te kijken, maar om ook te luisteren naar de leerlingen zelf. Welke rol spelen hun ouders volgens hen in hun schoolloopbaan?

Jongeren (16 jaar) geven in een interview aan hoe belangrijk zij het vinden dat hun ouders hen stimuleren; zij noemen dat één van de belangrijkste taken van hun ouders. John zegt: “Zonder mijn ouders zou ik mijn huiswerk ook maken. Daar spoor ik mijzelf toe aan. Ze helpen me wel eens en motiveren mij. In die zin zijn mijn ouders een soort huiswerkbegeleiders.”

De geïnterviewde jongeren geven ook aan dat de school goed moet communiceren met hun ouders; daar is volgens hen vaak enorme winst te halen. Laura: “Neem nou mijn buitenlandse stage. Mijn ouders zijn bezorgd dat ik alleen naar een Engelstalig land moet. De school informeert ons wat er van ons wordt verwacht, maar overlegt niet met mijn ouders. Nu de school niet uit is op samenwerking met mijn ouders, is het voor mij echt niet relaxed.” Jim: “Ik vind het heel belangrijk dat de school en mijn ouders verantwoording aan elkaar afleggen. De school over wat zij doet en mijn ouders over wat ik doe. Als ik bijvoorbeeld ziek ben, dan heeft de school er – wanneer dat nodig is – recht op dat mijn ouders vertellen wat er aan de hand is.” Laura maakt nog een tweede opmerking over de communicatie tussen school en ouders: “Ik vind het goed dat er groepsgesprekken met ouders zijn. Voordat mijn moeder naar zo’n gesprek gaat, vraagt ze mij altijd of ik nog belangrijke dingen heb. Zo kan zij inbrengen wat ik belangrijk vind.”

Twee leerlingen van 13 jaar zijn eveneens helder over de rol van hun ouders. Jennifer: “Mijn ouders helpen me als iets niet lukt. Ik heb dyslexie, dus ik heb ze soms nodig om mijn huiswerk te maken, want daar doe ik veel langer over dan andere kinderen in mijn klas. Verder vind ik het heel fijn dat mijn ouders vaak met mijn mentor overleggen. Als ik bijvoorbeeld te veel huiswerk heb of als er iets niet goed gaat in de klas, lossen zij dat samen op.” Ruben: “Ouders staan altijd klaar voor hun eigen kind. Daarom zijn ouders belangrijk op school en moet de school met ouders samenwerken.”

Naomi (6 jaar): “Ik vind het fijn dat papa en mama soms meegaan naar school. Dan zien ze wat ik doe op school. Soms gaan papa en mama op school over mij praten, dan hoor ik hoe ik het doe op school. Ik vind het ook fijn dat papa en mama mij soms dezelfde dingen leren als op school. Dan kan ik het beter onthouden.”

Conclusie

Samenwerking tussen school en ouders is effectief wanneer deze zich kenmerkt door een niet-vrijblijvende en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en school waarin ouders en school vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werken aan de (school)ontwikkeling van het kind.

In de praktijk…

In de praktijk betekent dit voor leraren en schooldirecties het toepassen van vier essentiële uitgangspunten. Zij zijn door het opkomen voor deze uitgangspunten een goede ambassadeur, niet van ouders, maar van de sámenwerking tussen school en ouders en dus ambassadeur van het kind. Ieder kind heeft immers recht op een goede samenwerking tussen school en ouders?

Uitgangspunt 1

Denken en werken vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Onderwijs is per definitie een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school en ouders. Kinderen doen het beter, blijven langer op school en houden meer van de school wanneer scholen, gezinnen en de samenleving samenwerken in het leerproces van kinderen (Henderson en Mapp 2002).

Uitgangspunt 2

Handelen vanuit gelijkwaardigheid en collega’s daarop aanspreken in het belang van de leerling.

Ouderbetrokkenheid betekent een gelijkwaardig contact tussen school en ouders. Medewerkers van de school en ouders hebben hun eigen actieve inbreng, en de plaatsen waar gesprekken worden gevoerd zijn voor iedereen comfortabel en gelijkwaardig. Ook is er voldoende tijd voor alle deelnemers. Gesprekken met ouders kunnen zodoende nooit alleen maar het informeren van ouders zijn. Ouders worden gezien als deskundige ouders. Gelijkwaardigheid betekent ook dat het leerlingdossier voor ouders open staat (bijvoorbeeld digitaal). Informatie van leraren én ouders vindt hierin een plaats. Dit stimuleert dat school en ouders met één mond praten in het belang van de leerling, zorgt dat ouders mee verantwoordelijk voor het onderwijsproces zijn en maakt eventuele verschillen in de ontwikkeling van de leerling tussen school en thuis gemakkelijker zichtbaar. Deze verschillen kunnen dienen als basis voor een gemeenschappelijke aanpak. Bijvoorbeeld een kind dat op school nogal verlegen is kan (als reactie daarop?) thuis onhandelbaar zijn.

Uitgangspunt 3

Respect

Handelen en spreken vanuit respect. Op school dient er positief gesproken te worden over ouders. Natuurlijk is het zo dat sommige leraren even hun verhaal kwijt moeten wanneer ouders heftig reageren, maar dat moet altijd in een professionele context. Bijvoorbeeld in een één-op-één gesprek met de directeur van de school. Leraren mogen respect jegens ouders van elkaar eisen in het belang van de leerling.

Uitgangspunt 4

Hoge verwachtingen stimuleren ten aanzien van ouders!

Laagopgeleide ouders, allochtone ouders… kun je van hen wel iets verwachten? Juist deze ouders hebben een extra zetje nodig! Zij hebben dikwijls hoge verwachting van de school en te lage verwachtingen van zichzelf.

Volgens de Amerikaanse wetenschapper Anne Henderson moet ouderbetrokkenheid namelijk altijd gericht zijn op het verhogen van leerprestaties.

Als school verhoog je ouderbetrokkenheid door ouders:

  • steeds te laten weten dat ze betrokken móeten zijn, in het belang van hun kind;
  • te helpen om zich capabel te voelen, de school heeft hier een taak in;
  • zich uitgenodigd en welkom te laten voelen om bij te dragen aan de leerontwikkeling van hun kind.

Wanneer je merkt dat je collega’s te lage verwachtingen van ouders hebben, maak dit dan bespreekbaar met hen.

Soms is het nodig om bepaalde groepen ouders extra te begeleiden in hun taak om hun kind te ondersteunen in het leerproces. Een goede vorm om ouderbetrokkenheid in dit kader vorm te geven is het organiseren van zogenaamde Family Learning Events. Ook ouders moeten namelijk voortdurend geschoold worden om hun belangrijke taak uit te kunnen voeren in het onderwijs aan hun kind. Voor allochtone ouders zien deze Family Learning Events er anders uit dan voor hoogopgeleide ouders, maar beide groepen hebben ze nodig. Bijvoorbeeld studieavonden voor ouders en voor sommige ouders moet er veelaandacht worden besteed aan talige activiteiten. Ouders mogen erop aangesproken worden wanneer zij deze bijeenkomsten niet bezoeken. Ouderbetrokkenheid is immers een niet-vrijblijvende en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en school waarin ouders en school vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werken aan de (school)ontwikkeling van het kind?

Literatuur

Henderson en Mapp (2002)  ‘A New Wave of Evidence: The impact of School, Family and Community Connections on Stucent Achievement’

De Vries (2010)  ‘Handboek Ouders in de school’ Amersfoort, CPS

Dit bericht is geplaatst in Onderwijs en getagd , , . Bookmark de permalink.